• Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Herman de Kadt

Aantekeningen van Marijn van Dantzig in het familieboek.

Met mijn neef Herman heb ik als kleuter wel eens draaiorgeltje gespeeld in de tuin van zijn ouders in Kralingen, en ik ontmoette hem weer tijdens mijn eerste vacantie in 1915 in hun huis in Schiedam en ook in latere vacanties, daar doorgebracht. Vooral als tienjarigen leken wij sprekend op elkaar, maar onze karakters ontwikkelden zich totaal verschillend.

Herman was altijd een charmante jongen, zonder enig probleem voor zichzelf en aanvankelijk ook niet voor anderen. Hij las zeer veel, sprak een heel fraai Duits, had geen moeite de HBS te Schiedam te doorlopen en ging in Delft voor architect "studeren". Hij had veel critiek op het "academisch conservatisme" aldaar, ging daarom ook eens bij Berlage op bezoek, maar moest tenslotte toch, mede door de toestanden thuis de studie staken zonder een diploma op zak te hebben.

Door familierelaties en voorspraak kreeg hij diverse kansen als volontair of assistent bij bedrijfssecretariaten (o.a. de AKU) en als vertegenwoordiger van Philips, maar hij liep overal vast. Hij was nog korte tijd verkoper van radio's, maar mede door de crisistijd leverde dat niets op. Na zijn huwelijk met Bep van Daelen werd hij directeur van een van de fabrieken van de firma Hoedhaar (van schoonvader Van Daelen) in Lokeren, en kreeg een huis in Gent.

Kort na de geboorte van Juup strandde het huwelijk, Herman was zijn werk kwijt, en werd communist (of was dit al tijdens zijn directeurschap geworden?). Hij keerde naar Rotterdam terug en trouwde met Betty van Raalte, dochter van een rechter, verpleegster, en ook communiste. Dit werd een gelukkig huwelijk, waaruit een zoontje geboren werd dat naar Stalin de naam Joseph kreeg.

Kort voor het uitbreken van de oorlog had Herman een ongeluk op zijn motorfiets, waardoor hij op krukken moest lopen. Mede daardoor kon hij vermoedelijk niet tijdig onderduiken, toen hij gezocht werd voor het onderdak verlenen voor de oorlog aan een gevluchte Duitse communist. Hij werd gearresteerd en naar Bremen vervoerd. Op zijn verjaardag 1942 schreef hij een in prachtig Duits geschreven brief aan zijn vrouw Betty, die uit de gevangenis werd gesmokkeld, en die ik - op bezoek bij zijn moeder in het Joodse ziekenhuis - gelezen heb.

Het moet een brief met vele dubbele bodems zijn geweest.

Hij schreef hoe hij van broodkruimels schaakstukken maakte en daar in zijn eentje mee speelde tegen zichzelf, dat zij 's middags op de binnenplaats mochten wandelen rondom 'eine Statue', dat hij die dag weer was verhoord, 'maar er niet wijzer van was geworden', en omdat hij jarig was die brief mocht schrijven. Het moet een brief met vele dubbele bodems zijn geweest; hij schreef ook dat hij er zeker van was dat hun kind in een betere wereld zou leven dan waarin zij leefden. Kort daarna werd hij naar Buchenwalden (of Sachsenhausen?)* gebracht, waar hij is omgekomen; vrouw en kind werden ook opgepakt.

 

(*) Volgens het Digitaal Joods Monument stierf Herman in Dachau.

Laatst aangepast op zondag, 18 juli 2010 15:59  

vandaag

78 jaar geleden

Harriet JACOBS
geboren: 8 feb 1934